De ramp die wel moest gebeuren
De ramp die erop wachtte om te gebeuren. Zo kwalificeerde het Crisis Onderzoek Team (COT) de Herculesramp. Bij dit grootste na-oorlogse ongeluk in Eindhoven op 15 juli 1996, bijna dertig jaar geleden, kwamen 34 veelal jonge militairen om. Zij waren inzittenden van een Belgisch militair C-130 Hercules transportvliegtuig dat even na zes uur ’s avonds verongelukte op de vliegbasis Eindhoven. Zeven passagiers overleefden de crash. Er ging veel mis bij de communicatie en de alarmering waardoor het beeld ontstond van een hulpverleningsramp. Nabestaanden en overlevenden spreken van een vergeten ramp.
Door Hans Matheeuwsen
Maandagvond 15 juli 1996 was een zonnige zomeravond. Het Fanfarekorps Koninklijke Landmacht keerde terug naar huis na een succesvolle muzikale reis naar Modena in Italië. Maar als de viermotorige Hercules landt, vliegen vogels op van de baan. De co-piloot, die vloog, trekt het toestel weer op en stuurt scherp naar links. De linkervleugel raakt het gras en het vliegtuig stort neer. Er breekt onmiddellijk brand uit. Alle 41 inzittenden zijn dan nog in leven. Het lukt hen echter niet om de deuren en de laadklep te openen. De vliegbasisbrandweer rukt uit en begint met blussen van de cockpit, onwetend van het grote aantal passagiers in het vrachtruim van de Hercules. Dat was niet doorgegeven.
Vanwege de miscommunicatie rukt de Eindhovense brandweer na enige aarzeling uit. Politie en ambulances zijn dan al ter plekke. Ook zij weten niet dat er meer dan vier personen in het vliegtuig aanwezig zijn. En zo ontstaat het beeld van hulpverleners die wachten op hun inzet terwijl de basisbrandweer oplaaiende branden blust. Het is stil op de rampplek. Vogels kwetteren. Totdat dik een half uur na de crash de passagiers in het laadruim worden ontdekt, en alsnog met de man en macht de redding plaatsvindt. De schok is groot. Op een veertigtal inzittenden had niemand gerekend. Met als gevolg een gebrek aan personeel en materieel op de plek waar het vrachtvliegtuig is neergestort.
Wonder boven wonder worden er toch nog elf mensen levend uit het toestel gehaald. Hiervan bezwijken er vier alsnog in het ziekenhuis. In de nasleep van de ramp laait de discussie op over de redding. Hoeveel mensen zouden zijn gered als de basisbrandweer eerder het vliegtuig binnen was gegaan? Waarom is dat niet gebeurd? Waarom deed de Eindhovense brandweer dat niet meteen? Waarom is het juiste aantal passagiers niet doorgegeven? Maar ook: waarom startte de co-piloot door terwijl het toestel al de landingsbaan raakte? Waarom vloog hij terwijl hij niet was gekwalificeerd, en niet de meer ervaren gezagvoerder?
Het zijn vragen waarop geen eenduidige of helemaal geen antwoorden kwamen. Nabestaanden zijn daardoor nog steeds op zoek naar ‘de waarheid’, en feiten die nog op tafel zouden moeten komen, ondanks de publicatie van een gedetailleerd boek over de ramp in 2009. Maar de antwoorden op de hierboven gestelde vragen zullen nooit meer worden gegeven. De vliegtuigbemanning kwam om en hulpverleners spraken elkaar tot in de rechtszaal tegen. Onderzoekers en deskundigen trokken verschillende conclusies. En de Tweede Kamer vond het niet noodzakelijk (lees: wenselijk) een parlementaire enquête in te stellen om de oorzaak aan het licht te krijgen en antwoorden te vinden op de schuldvragen.
Het onafhankelijke COT sprak van systeemfouten en organisatie-gebreken als oorzaak van het vliegongeval. Uiteindelijk zouden tot en met 2010 een veertigtal (!) rapporten en onderzoeken verschijnen over de Herculesramp. De meeste onder auspiciën van betrokken militaire en civiele overheden. De voornaamste conclusie was dat de redding te laat begon. Maar de brandweer van de vliegbasis kon het vliegtuig pas in zodra het gevaar was geweken, verklaarde zij. Bovendien was uitgegaan van een vierkoppige crew in de cockpit waarvan werd aangenomen dat die was omgekomen in de helse brand die uitbrak na de crash. Overleving werd niet mogelijk geacht, er waren ook geen tekenen van leven.
Soort van excuses
Nabestaanden en overlevenden voelen tot op de dag van vandaag een gebrek aan erkenning voor hun verlies, leed, pijn en verdriet. Zij spreken van een vergeten ramp omdat de Herculesramp zelden tot nooit in het rijtje wordt genoemd van rampen die het land troffen in de afgelopen decennia. Oorzaak is de beperkte maatschappelijke impact. De Hercules stortte neer op afgesloten militair terrein. Op tv waren geen dramatische beelden te zien ’s avonds van het wrak of de redding, in tegenstelling bijvoorbeeld tot de Bijlmerramp of de Vuurwerkramp. De volledige omvang van de Hercules ramp werd pas later duidelijk.
Defensie heeft bij de twintigjarige herdenking bij het monument op de vliegbasis een soort van excuses gemaakt. Toenmalig Eindhovens burgemeester Rob van Gijzel idem. De gemeente Eindhoven plaatste een openbaar monument, een grote H met de namen van de slachtoffers, achter het stadhuis. Nabestaanden vinden desondanks dat de civiele en militaire bestuurlijke autoriteiten hun verantwoordelijkheid ontliepen. In gesprekken met onderzoekers kregen luchtmacht-militairen de zwarte piet toegespeeld. Drie van hen werden wegens falen uit hun functie ontheven en voor de rechter gesleept.
Prof. Uri Rosenthal was destijds voorzitter van het COT. In zijn memoires, die in 2018 verschenen, blikt hij terug op de Herculesramp. Volgens hem was er ‘een geschiedenis van klachten over te weinig capaciteit voor de brandweer van de vliegbasis, over gebrekkige opleidingen en oefeningen, over de grote afstand tussen militaire en burgerlijke autoriteiten en diensten’. Rosenthal meent dat wel degelijk verantwoordelijken konden worden aangewezen: de top van de luchtmacht, minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken, het regionale gezag in Eindhoven. Er was geen reden om militairen te vervolgen, stelt hij.
Spreekverbod
Hoewel de journalistieke druk enorm was na de ramp, zwichtten bewindspersonen niet. Media, waaronder het Eindhovens Dagblad, namen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid bij de zoektocht naar ‘de waarheid’. Het ene schokkende feit na het andere werd onthuld, maar ‘Den Haag’ gaf geen kik. Eindhovens burgemeester Rein Welschen ook niet. Integendeel, hij zei zo beschadigd te raken door de berichtgeving dat hij welhaast alleen nog met een zak over zijn hoofd door de stad kon lopen. Welschen was vooral bang dat in de beeldvorming de Herculesramp een hulpverleningsramp zou worden. met hem als eindverantwoordelijke.
Mede door een maatregel van de burgemeester kregen de civiele hulpverleners nooit de maatschappelijke erkenning voor hun inzet. Er werd hen een spreekverbod opgelegd – die een informatiestop werd genoemd – op straffe van ontslag, waardoor zij niet konden reageren op berichten in de pers die, eerlijk is eerlijk, niet altijd uitblonken in nuance. Met de zwijgplicht wilde de burgemeester voorkomen dat de hulpverleners onderzoekers voor de voeten zouden lopen. Hierdoor, én door onvoldoende nazorg, werd een collectief trauma gecreëerd dat nog jarenlang tot overreactie leidde wanneer alarmbellen afgingen op Eindhoven Airport.
Het politieke handjeklap
Volgens Rosenthal – die twee jaar zelf minister van Buitenlandse Zaken was – speelde ‘Srebrenica’ de Herculesramp politiek parten. Het eerste kabinet Kok had geen zin in nieuw gedoe rondom het ministerie van Defensie. Hoewel het COT harde conclusies trok en hier volop aandacht voor was in de media, werd het rapport door ’s lands bestuurders onder het tapijt geveegd. ‘Ons onderzoek was ongevraagd, onwelkom en onwelgevallig’, concludeert de ‘rampenprofessor’. ‘Het politieke front bleef gesloten. In de Tweede en de Eerste Kamer wilde niemand zich eraan branden’.
Toen ook de Onderzoeksraad voor Veiligheid in 2010, naar aanleiding van het boek ‘Vergeten ramp’, geen reden zag om het onderzoek naar de Herculesramp te heropenen, bleef Rosenthal zitten ‘met de herinnering aan de razendsnelle Haagse zondebokkerij en het politieke handjeklap tussen VVD-ministers Voorhoeve (Defensie) en Dijkstal in oktober 1996 waardoor drie officieren ten onrechte uit hun functie ontheven waren’, schrijft hij. De drie werden uiteindelijk wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken en gerehabiliteerd.
En zo verdween de Herculesramp uit beeld om in de vergetelheid te raken. Voor alle betrokkenen resteren de herinneringen, de ervaringen én het verdriet, de pijn, het verlies, het trauma. Vragen blijven onbeantwoord, maar er is ook veel geleerd van de ramp. Nu, bijna dertig jaar later, verdienen hulpverleners alsnog de waardering voor hun inzet. Zij waren net zo goed slachtoffer, zij het van de omstandigheden die waren gecreëerd door ‘desorganisatie’ – aldus Rosenthal – in de periode voorafgaand aan de ramp.
Over de auteur
Hans Matheeuwsen is auteur van het boek ‘Vergeten ramp’ (2009) en hoofdredacteur van FRITS Magazine. Hij versloeg voor het ED de Herculesramp en volgde de nasleep ervan. Op basis van
dossieronderzoek en gesprekken met betrokkenen maakte hij een reconstructie die in 2009 uitmondde in zijn boek.
Download het rapport geschreven doorIng. Harry Horlings AvioConsult Lt-Kol b.d. Koninklijke Luchtmacht
Graduate USAF Test Pilot School

Rapport van het ongeval
met een Lockheed C-130H Hercules van de Belgische Luchtmacht op Vliegbasis Eindhoven op 15 juli 1996, d.d. 23 dec. 1996
door Ing. Harry Horlings AvioConsult Lt-Kol b.d. Koninklijke Luchtmacht
Graduate USAF Test Pilot School


